Ons verhaal

Hieronder kunt u, samengevat, lezen wat de plannen zijn van Staatsbosbeheer met de twee Nationale Parken, waarom dit volgens ons niet goed is en hoe het volgens ons anders kan.

Uiteraard kunt u deze tekst integraal downloaden als pdf-document om rustig na te lezen of om te printen. Kunt u geen pdf-bestanden openen? Kijkt u dan onder de knop ‘downloads’ hoe u een pdf-lezer kunt downloaden.

–>Download tekst

Tekstversie:

–  D E   P L A N N E N  –

Staatsbosbeheer is al enige tijd (en sinds vorig jaar goed zichtbaar) bezig met de “herinrichting” van de ons omringende Nationale Parken: het Drents-Friese Wold en het Dwingelderveld.

Natuurmonumenten en Het Drentse Landschap participeren in deze activiteiten.

Onder “herinrichting” wordt verstaan: het terugbrengen van de situatie zoals die “vroeger” moet zijn geweest. Dat houdt onder meer in: het verwijderen van alle “exoten”, het rooien van “saaie” productiebossen, het uitbreiden van zandverstuivingen, het verhogen van het grondwaterpeil en het teruggeven van landbouwgronden aan de natuur.

Voor dat doel is een gedetailleerd Beheer- en Inrichtings Plan ontwikkeld, het BIP. Dit plan loopt vooralsnog tot 2015; er is rekening gehouden met een BIP-herziening in 2008.

In de fraai geïllustreerde brochure “Landschap in Verandering” (Staatsbosbeheer, 2004) wordt het toekomstige landschap aan de burger getoond. Kraanvogels spreiden hun vleugels boven uitgestrekte toendra’s en moerassen met hier en daar een plukje bomen. Slangen en hagedissen kronkelen aan de rand van immense zandverstuivingen, thans Atlantische woestijnen genoemd. Geoorde futen zwemmen in  de vele voedselarme vennen. We komen warempel ogen en oren te kort om te bevatten wat de herinrichters ons allemaal voorschotelen.

–   D E   B E Z W A R E N  –

Opvallend is dat bij deze plannen aan één aspect nauwelijks aandacht wordt besteed. Dit Utopia moet in de plaats komen van een reeds lang bestaand bos- en heidegebied. Hartstochtelijk mooi, intiem en beschut en zo gevarieerd in alle seizoenen, dat het de bewoners van zuid-west Drenthe permanent bekoort. Niet voor niets trekt dit unieke natuurgebied ook nog eens 1.200.000 bezoekers van elders naar zich toe. Jaar na jaar.

Dit prachtige landschap in onze Nationale Parken moet worden gesloopt om  plaats te maken voor het Landschap in Verandering, de hobby van een kleine groep tekentafelbiologen en ecologen, die grote invloed hebben op het beleid van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

De omwonenden, die niet meer vragen dan in hun Nationale Park te mogen wandelen en fietsen om  te genieten van de overweldigende natuur, protesteren tegen deze onbegrijpelijke kaalslag en verwoesting.

Na een serie schriftelijke en mondelinge protesten in 2004 en 2005 is hun aantal is inmiddels aangegroeid tot honderden sympathisanten. Telkens weer blijkt, dat nagenoeg iedereen zich aan hun zijde schaart, zodra hij of zij zich realiseert wat het effect zal zijn van deze onzalige plannen.

Onder het motto KAPPEN MET KAPPEN gaat de Stichting Woudreus (op te richten in 2005) de strijd aan in de vaste overtuiging, dat het gezonde verstand overwint en dat onze Nationale Parken onder goed beheer nog generaties lang ongeschonden kunnen voortbestaan.

– ARGUMENTEN VAN STICHTING WOUDREUS –

VROEGER is een zeer rekbaar begrip. Bedoelt men soms grootmoeders tijd? Of wellicht onze Gouden Eeuw? Of moeten we het, typisch Drents, zoeken bij het Trechterbekervolk en zijn hunebedden? Wellicht nóg vroeger, in de IJstijd? Ooit waren hier uitgestrekte bossen, waarin later dorpen ontstonden met namen die op “lo” of “loo” eindigen (een open plek in het bos). Zoals  Anloo, Tynaarlo, Balloo, Grolloo, Schoonloo, Eldersloo, Leggeloo, Dwingeloo. Of die ”wold”” of “holte’ (woud,  hout) al dan niet verkort in  hun naam dragen. Zoals Havelte, Leffelte, Wittelte, Gasselte, Orvelte, Ruinerwold, Eelderwolde.

Als je dorp tegen een zandverstuiving aan ligt, bedenk je wel een andere naam, zoals Stuifzand.

Die zandverstuivingen  ontstonden pas enkele eeuwen geleden, ten gevolge van het overmatig afplaggen en het verwijderen van bomen om landbouwgrond te winnen. Een ecologische ramp van ongekende omvang. Dorpen en akkers stoven onder het zand. De overheid droeg de bewoners op, de kale zandgronden weer te beplanten. Aan het eind van de negentiende eeuw, nu alweer 120 jaar geleden, is aan de herbebossing op grote schaal begonnen. De kleine boompjers van toen zijn inmiddels uitgegroeid tot imposante woudreuzen. Je moet een beul zijn, als je die nu wilt omzagen.

EXOTEN zijn bomen en planten die “hier niet thuis horen” om dat ze niet inheems zouden  zijn. Opnieuw zo’n  rekbaar begrip. De Romeinen brachten de tamme kastanje naar onze streken, 2000 jaar geleden. Toch is die boom, volgens Staatsbosbeheer, nog steeds een exoot.

Hoeveel duizend jaar moet je hier groeien om “inheems” te mogen heten?

Onze dierbare lariksen zouden uit Japan komen (“exoten!”) en moeten “dus” het veld ruimen. Maar in alle noordelijke gebieden over heel de wereld groeit de lariks. Hij heeft bij ons al generaties lang een eigen naam: lork. Hoeveel generaties moet je hier groeien om “inheems” te mogen heten?

Het door Staatsbosbeheer veelgeprezen Drentse krentenboompje (he-le-maal in-heems, weetjewel) blijkt uit noordelijk Amerika te komen. Over willekeur gesproken.

Liefst 70% van de bomen in het Drents-Friese Wold zijn, volgens de herinrichters, exotisch en zullen, als de plannen doorgaan, verdwijnen.

NATTE VOETEN. Ooit is het hier een natte boel geweest. Veel moerassen, veel vennen, veel waterlopen. Drenthe was een moeilijk bereikbare provincie; alleen bij Steenwijk, Coevorden en Assen waren er begaanbare doorgangen.Toen de landbouw zich ontwikkelde, heeft de mens dat water aan zich onderworpen. Door bemaling, door sloten, met vaarten en sluizen  hield men de watermassa’s in bedwang. Ontoegankelijke gebieden konden nu met droge voeten worden betreden.

Als het aan Staatsbosbeheer ligt,wordt de grondewaterspiegel weer verhoogd. Delen van het Drents Friese Wold en het Dwingelderveld zullen dan ten gevolge van de moerassigheid moeilijk toegankelijk worden. Ook zullen veel bomen door dat hogere waterpeil dood gaan.

DE GROTE STILLE PAARSE HEIDE is een mythe. Althans het idee, dat het “vroeger altijd zo geweest is.” Theo Spek, historisch-geograaf toont in zijn proefschrift Het Drentse esdorpenlandschap (Wageningen, 2004) aan, dat  Drenthe lang niet altijd uit een open landschap heeft bestaan. “Je hoeft niet overal zo panisch op zoek naar paarse hei. Je kunt kiezen voor een groenere variant die in de middeleeuwen bestond. De prehistorie biedt ook een geweldig referentiebeeld voor natuurbeheerders. Hunebedden stonden in een open plek temidden van oerbossen van eiken- en lindebomen.”

JURIDISCH GEZIEN zijn er inmiddels “dingen gebeurd, die in een democratie niet door de beugel kunnen”

De herinrichters zijn, om onbegrijpelijke redenen, vrijgesteld van de in de Boswet voorgeschreven plicht tot herplanten. Eerder gemaakte afspraken

m.b.t. bestemmingsplannen of de Habitat en Vogelrichtlijn worden niet nagekomen. De kaalslag is niet in overeenstemming met de “lagentheorie” die past bij de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en de nieuwe Nota Ruimte.

INSPRAAK VAN DE BURGERS blijkt, zoals thans bij vele overheden gebrui-kelijk, een wassen neus. Er worden Contactorganen ingesteld, Platforms opgericht, Klankbordgroepen geformeerd, er worden zaaltjes gehuurd, er wordt op koffie getracteerd en men blijft vriendelijk reageren op alle reacties. Men zegt blij te zijn met de suggesties en zal ze zeker “mee nemen” in het verder te volgen beleid…en dan hoort niemand er ooit nog iets van. De plannen worden uitgevoerd zoals ze zijn opgesteld, en het klootjesvolk moet zich daar maar bij neerleggen.

DE NATUUR IS GEEN DIERENTUIN zegt Bram van de Klundert, voorzitter van de commissie Toekomst Natuurbescherming. Onder zijn leiding heeft een groep deskundigen aanbevelingen gedaan voor de komende honderd jaar. De grootste gevolgen vewachten zij van de klimaat-verandering, waardoor klimaat-zones met planten en dieren wel 400 km noordwaarts kunnen verschuiven. Natuurbeschermers moeten op deze veranderingen reageren door grote natuurgebieden op Europese schaal te vestigen in plaats van het laatste heideveldje te willen redden. Binnen de grote Europese natuurgebieden moeten  de boswachters volgens de commissie vooral niet streven naar het reconstrueren van een achterhaald ideaal, maar accepteren dat de onvoorspelbare natuur zijn eigen gang gaat.

MET GROF GEWELD duwen grote machines bomen omver; afgeknapte stammen blijven half overeind staan, paden en wegen zijn kapotgereden en in modderpoelen veranderd. Bij de VVV in Diever klagen wandelaars over de troosteloze rotzooi die ze langs de uitgezette routes aantreffen. “Als jullie dat niet opruimen gaan we voortaan ergens anders lopen”, zeggen  ze.

In de 48 pagina’s van de brochure Landschap in Verandering lezen we op welgeteld één bladzijde iets over recreatie: gevoelige gebieden zullen “recreatieluw”worden gemaakt. Het aantal en de kwaliteit van o.m. wandelpaden wordt gereduceerd, fietspaden zullen worden verwijderd.

Geen opwekkend nieuws voor de plaatselijke winkels en horeca-bedrijven. Evenmin voor de bewoners, die nu profiteren van de uitgebreide voorzieningen. Zonder de jaarlijkste toeristenstroom verliezen die hun bestaansmogelijkheid.

BOMEN ZETTEN CO2 OM IN ZUURSTOF. Geen woord hierover in het BIP.

Jaarlijks sterven 13.000 Nederlanders vroegtijdig door de luchtvervuiling.

Bomen en struiken kunnen grote hoeveelheden stof en vuil (roetdeeltjes) opnemen en neutraliseren. Conclusie: we hebben niet minder, maar juist méér bomen nodig.

EEN ENQUETE WIJST UIT: 52% van de Nederlanders geeft de voorkeur aan bos. 18% prefereert rivieren en meren. Duinen en zand komen met 14% op de derde plaats. Ouderen zijn nog wel gecharmeerd van heidevelden. Veengebieden of moerassen zijn bij niemand favoriet.

(De Volkskrant, 9 april 2004, ruim duizend personen zijn ondervraagd).

DE MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID in Frederiksoord heeft in 2004 het FSC-certificaat ontvangen voor goed bosbeheer. Als belangrijke eigenaresse van een groot bosareaal geeft de Maatschappij in Drenthe nu de toon aan, samen met Staatsbosbeheer (sic!) en het landgoed Schipborg. De boseigenaren kunnen niet meer om de publieke opinie heen. “Je bent nu eenmaal onderdeel van de leefmaatschappij en kunt geen oorkleppen op hebben. Mensen houden van bomen.”

FSC staat voor Forest Stewardship Council, een organisatie die als doel heeft grootschalige kaalkap wereldwijd tegen te gaan. De provincie Drenthe geeft enerzijds geldelijke steun aan deze certificering, maar anderzijds werkt zij helaas ook mee aan de uitvoering van de kaalslag via het Overlegorgaan voor het beheer van het Nationale Park.

Hoe het zij: de Boswet vereist, dat de oppervlakte aan bos niet vermindert. In geval van kappen (zorgvuldig uitdunnen) is een gelijk-waardige herplant voorgeschreven.

DE BIODIVERSITEIT in het Drents-Friese Wold zal duidelijk afnemen als de plannen van Staatsbosbeheer verder worden uitgevoerd. Als de naaldbossen verdwijnen betekent dit ook het einde van, onder meer, veel zeldzame soorten paddestoelen. De meeste roofvogels broeden  in naaldbossen. “Natuurbeheer moet zich op karakteristiek Nederland richten en minder op zandgronden in Oost-Nederland die tot aan de Oeral doorlopen,” aldus Bram van de Klundert, voorzitter van de commissie Toekomst Natuurbescherming. ”En waarom zouden we eigenlijk de wilde hamster voor Nederland willen behouden als dat in Hongarije veel beter lukt?” Wij voegen daar aan toe: ..en waarom moet daarvoor ons bestaande paradijs worden vernietigd?

Diever, juli 2005.

Geef een reactie

Stichting de Woudreus