leugens of kletspraat als smoes voor ontbossing

Deze week in het nieuws: Nederlandse identiteit zit in ons unieke landschap. Daar horen geen bomen bij. Bos wordt weer hei in Vijftigbunder.

 

http://www.dvhn.nl/drenthe/Bos-maakt-plaats-voor-heide-in-Vijftig-Bunder-bij-Midlaren-22391030.html

Nederland altijd kaal, begroeid met heide , zompige moerassen en hier en daar een boompie?: Een gotspe!

Wel kan worden aangenomen dat de mens voor een zeer groot deel- en voor een ander deel klimaatveranderingen aan de verspreiding van kaalslagen en het verdwijnen van bos ten grondslag liggen. Hierover later. Maar dat Nederland geen bomen had en dat je daarom naar hartenlust kunt kappen voor   kale natuur is aperte onwaarheid en onzin. Als je de laatste berichten leest van de natuurbobo’s dan is bos zelfs geen natuur. (!) Eerst de naaldbossen “omvormen” en nu de rest……….want bos moet in de oven als biomassa dus verzinnen we een list:…….. bos is geen echte natuur ! Beloning:  SDEsubsidie voor de houtpellets en een life- subsidie voor het scheppen van wensnatuur.

Daaraan zij toegevoegd dit. OUDE BOSSEN, met name NAALDBOSSEN, zijn luchtzuiveraars , temperen de stortbuien, houden water vast dus gaan verdamping tegen, en matigen de temperatuur, en zijn ook nog “CO2-vreters”. Klimaatverandering wordt veroorzaakt door een te hoog CO2, zo is het geloof, – en toch worden de van nature aanwezige buffers die bossen vormen tegen CO2 versnipperd tot duurzame pellets voor de kolencentrales: en met het kappen komt ook nog CO2 vrij! Dat is “duurzaam” omdat dat zo is afgesproken, zegt Minister Kamp.En toch:

‘193 scientists express “grave concern” over ‪climate impact of ‪EU’s plans to increase harvesting forests’ Wetenschappers zeggen: Op grote schaal biomassa uit bossen halen is slecht voor het klimaat.

 

http://www.euractiv.com/section/energy/opinion/need-for-a-scientific-basis-of-eu-climate-policy-on-forests/

 

AFVALPILLEN: 7% minder Co2

In tal van landen wordt afvalpellets gestookt. Ook leveren ze: meer energie dan hout en zijn ze veel goedkoper!! En er is geen subsidie nodig! Pellets zijn schoner dan steenkool en ze binden de strijd aan met plastic afval en de plastic soep voor de ene helft. Voor de overige helft bestaat een pellet uit papier. Dus: waarom   nog hout en steenkool?

Heersend klimaat bepaalt flora en fauna

Niet omdat Nederland altijd kaal was, maar omdat boskap veel geld opbrengt wijst de voorlichting van de natuurorganisaties graag terug naar een zeer beperkt deel van de ijstijd. Waarschijnlijk waren er toen minder bomen. Dat kwam door de klimatologische omstandigheden. Perioden ervoor en erna evenwel: bossen in overvloed.

U ziet: met de waarheid neemt men het niet zo nauw : ook natuurbeheer kletst maar wat.

 

Overzicht

Even doorbijten, met dank aan twee voortreffelijke websites, waaronder geologie van Nederland: voor u volgt hier een overzicht.

 

Plioceen; 1.8 -5.3 miljoen jaar geleden

Aan het begin van het Plioceen kende Nederland een gematigd klimaat.

Net als tegenwoordig groeiden in de loofbossen beukenbomen. In een gematigd klimaat is de beuk bij uitstek een overheersende soort binnen de climaxvegetatie. Climaxvegetatie is de ultieme en meest stabiele vorm van vegetatie die op een plaats mogelijk is.

 

Pleistoceen

Het Pleistoceen staat bekend als het ijstijdvak, maar het was beslist niet alleen een periode van extreme kou en kale grasvlakten. IJstijden werden afgewisseld door warmere perioden (interglacialen), waarin loofbossen tot ontwikkeling kwamen. Vanaf het Midden-Pleistoceen groeiden in Nederland tijdens de interglacialen dichte eikenbossen. De zomereik was hierin een van de meest voorkomende boomsoorten. Zomereiken boden nestelgelegenheid aan vogels en tussen de bomen scharrelden zwijnen, herten en oerossen rond die zich tegoed deden aan gevallen eikels. Ook krioelden de eiken van de insecten. Zomereiken komen nog steeds in ons land voor. Ze kunnen groeien op uiteenlopende bodemsoorten, maar komen het best tot hun recht op voedselrijke, vochtige grond zonder veen.

Pleistoceen kent grofweg 3 periodes ,

  1. het vroeg pleistoceen: 781.000- 1.8 miljoen jaar geleden:

Nederland in het Vroeg-Pleistoceen is warm en vochtig, bijna subtropisch. Vleugelnootbomen en wilde druiven, die in rivierbossen groeien, produceren een overvloed aan fruit. Een ideaal leefgebied waar bevers, herten en zwijnen zich thuis voelen. Zelfs makaken, verwanten van de magots die nu op de rots van Gibraltar toeristen vermaken, wisten de weg naar ons land te vinden. Dergelijke warme periodes vormden kortstondige intermezzo’s tussen ijstijden waarin ijsbergen in de Noordzee ronddreven.

 

  1. Midden pleistoceen 126.00-781.000 jaar geleden

Tijdens de interglacialen van het Midden-Pleistoceen was Nederland bedekt met gemengd loof- en naaldbos. Op veel plekken groeide hoogveen. De vegetatie leek op wat we nu in ons land zien. Warmteminnende soorten als de gomboom (Eucommia) verdwenen aan het begin van het Midden-Pleistoceen. In het bos leefden bekende grote planteneters zoals edelhert en damhert naast exotische soorten zoals de bosolifant. In deze periode bewoonde de heidelbergmens (Homo heidelbergensis) ons land. Dit is de voorloper van de neanderthaler (H. neanderthalensis) en misschien ook van de moderne mens (H. sapiens).

Opvallende verschijningen in sommige van de interglacialen waren nijlpaard en waterbuffel,.

Tijdens de ijstijden was Nederland vermoedelijk begroeid met dennenbossen en een steppeachtige vegetatie, waarin onder meer berken, grassen, zeggen en mossen voorkwamen. De zoogdierfauna verschilt enorm van die van het Vroeg-Pleistoceen: grazers waren gaan domineren. De vlakten werden onder meer bevolkt door de steppeneushoorn, steppemammoet,

voorlopers van de huidige muskusossen en wisenten. In de kuddes waren grazers veilig. Veel roofdieren gingen daarom in groepen jagen.

  1. Laat pleistoceen: 11.800- 126.000 jaar geleden, te verdelen in:
  • het Eemien, 128.000-116.000 jaren geleden en het Weichselien, 116.000-10.500 jaar geleden. In het Eemien lag het westen nog onder zee en de rest van Nederland was bedekt met bossen :Het resterende land tijdens het Eemien was bedekt door warm-gematigde bossen waarin planten en dieren voorkwamen die wijzen op iets hogere temperaturen dan nu: bijv. olifanten en nijlpaarden.In het Eemien werd het langzaam kouder en droger en begon
  • het Weichselien (116.000-10.500 jaar geleden). De zee trok zich steeds verder terug omdat veel zeewater door de dalende temperaturen werd vastgelegd in poolijs.

Nederland kwam onder invloed van een continentaal klimaat, met strenge tot zeer strenge winters en een zomerse maximumtemperatuur die door de jaren heen gestaag daalde. Het was gemiddeld droger, maar in het voorjaar kwamen grote hoeveelheden smeltwater vrij.

Bossen, eerst nog gedomineerd door dennen en berken, verdwenen op den duur.

TOENDRA POOLWOESTIJN en MAMMOETSTEPPE

Aan het eind van het Weichselien, rond het glaciaal maximum (zo’n 18.000 jaar geleden), lag de Noordzee droog. Enorme gletsjers bedekten Engeland en Scandinavië. Nederland was niet bedekt door landijs: toendra’s en poolwoestijnen wisselden elkaar af. Tijdens de iets warmere perioden maakt ons land deel uit van de enorme ‘mammoetsteppe’, die zich uitstrekte van de Britse Eilanden tot aan Oost-Siberië. Dit droge ecosysteem werd gedomineerd door eindeloze grasvlakten. Heide was pas aanwezig op de mammoetsteppe in laatste fase van het Pleistoceen.

PINGORUINES

De permafrost van de laatste ijstijd, het Weichselien, heeft tot een bijzonder fenomeen geleid in Noord-Nederland: de zogenaamde pingoruïnes. Op de stuwwallen die in het Midden-Pleistoceen zijn ontstaan vinden we ook nog droge dalen uit het Laat-Pleistoceen.

  • het Holoceen. Tussen 18.000 en 10.000 jaar geleden voltrok zich met horten en stoten de overgang naar de moderne warme tijd,

In het Laat-Pleistoceen en Holoceen breidde de beuk zich sterk vanuit het zuidoosten naar het noorden en noordwesten van Europa uit. Rond 3000 voor Chr. bereikte hij het zuiden van ons land.

De wereld van het Holoceen

Heden-12.000 jaar geleden transformatie door de mens

Het Holoceen omvat de afgelopen ruim elfduizend jaar. Geologisch gezien is dat dus bijna niets. Toch vonden er in deze korte periode op wereldschaal dramatische veranderingen plaats.

MENS NEEMT AARDE OVER

Het tijdvak is te typeren als het interglaciaal waarin de mens de aarde overneemt. Bijna alle uithoeken van de wereld raken bewoond en de natuurlijke ecosystemen worden steeds verder teruggedrongen. Dat geldt zeker voor Nederland, waar in een paar duizend jaar tijd een volledige transformatie heeft plaatsgevonden van bos- en moerasecosystemen naar een volledig door mensenhanden ingericht landschap. Dit is het gevolg van de overgang van een jagend en verzamelend bestaan naar landbouw. De mens vestigde zich in nederzettingen en ging zijn woonomgeving aanpassen aan zijn behoeften.

Bossen werden gekapt om ze in cultuur te brengen als bouwland voor het telen van gewassen.

 

Drenthe en bos

Voor Drenthe heel kort dit: er was veel bos.” Oudtijds plagt dit landschap zeer boschrijk te zijn:waarvan behalven verscheiden gemene bosschen, die thans nog in wezen zijn, en omtrent welken men nog de duidelykste blijken bespeurt, dat zij voormaals eenen veel groteren omtrek en uitgestrektheid hadden, ook nog de overblijffelen te vinden zijn in de menigte van kreupelbossen en eiken stobben die men hier en daar op de velden ontmoet………

 

SOORTENRIJKDOM zeer divers:

“Onder de houtgewas die hier van ouds placht te groeien en tegenwoordig het meest gevonden, munt de Eikenboom uit. Berken, Ypen en linden groeiden hier mede,doch worden wegens hun mindere waarde, minder gezogt en aangekweekt. Sedert enige jaren heeft men hier ook Dennen en Vuren begonnen te poten die hier tamelijk wel tieren.”

………” Beuken, Ypen en Eschenbomen, ontbreken in het Landschap niet; evenwel schinen dezelven, in het algemeen een andere grond te verkiezen. Daarentegen groeijen er de Eiken, en alle soorten van Sparre en Dennebomen zeer goed: De onvruchtbaarste Gronden, wanneer ze behoorlijk bearbeid en de nodige zorgen genomen worden. Het Eikenhout is sterk en taai gevezeld. Het Sparre en Dennenhout is hier goed in zijn soort. Voorts vindt men er de Lariks of Lorkenboom, de Pynaster, of Noordsche Ceder, de Wymouts Pinus, of Stobus, de Noordsche Pyn, de gewone of Grove Denne of het Greynenhout; en de fijne Denne, of het Vurenhout; en meer andere soorten/ De Italiaanse en andere populieren groeien welig genoeg maar zijn minder in waarde en achting dan den Berk en den Elst, waarvan men brandhout klooft.                                                                                                                                                                         De Liriodendrom Tulipifera, of zogenaamde Tulpenboom en de witte en geele Acacia zijn insgelyks hier en daar geplant en groeien tamelijk voordelig.


Vrucht en Ooftbomen heeft men er van allesoorten, insgelyks heestergewassen waarnder de Juniperus communis, of Jeneverbessen…………..

( uit: Tegenwoordige Staat van Drenthe , Mr. J.van Lier en Mr. J. Tonkens, 1792-1795)

bewoning

De eerste nederzettingen waren daar waar hooggelegen beboste gebieden waren. Maar tevens in de onmiddellijke nabijheid van water, stroom, of beek. Nadat het bos was weggekapt bouwde men het huis, , terwijl voor het huis een stuk werd vrijgemaakt voor het verbouwen van vruchten. Achter de bewoning ook steeds meer kap: hier zouden later de essen ontstaan. Doordat de een de ander aantrok, en ieder zich de ruimte schiep, onstpnd er van lieverlee een brink. Later werd deze beplant met eiken.

Open plek in het bos: loo

Veel oude Drentse dorpen eindigen op –loo hetgeen   open plek in het bos betekent: ze zijn gelegen op hoge esgronden met daarachter de uitgestrekte essen. Aan de andere kant van de nederzetting vindt men dan de madelanden en weilanden, lager gelegen. Tevens werd het hakhout in de bossen gebruikt voor “eekschillen”, en de stammen voor gebouwen. Roofbouw onstond door geringe kennis van milieu: gevolg: woestijnvorming en verlaging van de waterstand door verdamping. Uiteindelijk zandverstuivingen. Kortom: een rampenlandschap.

Vanwege een kapverbod in 1609 bij openbaar plakkaat door de staten van het landschap;ter bewaring van het houtgewas; gelijk ook in 1637 ter aanmoediging en bevordering van houtplantagien een besluit namen……..waarna de schrijver mismoedig vaststelt   dat er weinig aanplant is .

DUS:Daarnaast is natuurlijk sprake van de venen, waar veel boomresten in gevonden zijn, weiland ,woeste grond, akkers en heide, maar het is beslist niet zo dat kale vlaktes met oerveen een oerrrrrr- heide altijd en eeuwig allesoverheersend zouden zijn in Drenthe dan wel in “tout” Nederland.

Dat Nederland geen bomen had is dus geschiedvervalsing.

Ook blijkt uit dit oude geschrift dat: “bomen die hier niet thuishoren” zoals de door natuurbeheerders vermaledijde exoten onverdedigbaar is.

Ook is het verhaal dat deze naaldbomen verdroging veroorzaken een onjuiste voorstelling van zaken: het is een fabel die alle relevante factoren buiten beschouwing laat.