Grasklokjes

Begin december was er een door de Provincie Drenthe georganiseerde informatiemiddag over de nieuwe Wet Natuurbescherming. Deze komt in de plaats van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet en heeft tot doel om de regels te vereenvoudigen. Met deze wet krijgen de provincies een zorgplicht ten aanzien van gebieden en soorten. De Woudreus was op deze middag aanwezig en zat onder meer bij de sessie die ging over de gevolgen voor de natuur. Nadat een vertegenwoordiger van de provincie een klein uur had gepraat over maatregelen van bestuur, inspanningsverplichtingen en de effecten voor Natura 2000 gebieden, vroeg iemand of de nieuwe wet ook een betere bescherming kon bieden aan niet-natuurgebieden, zoals bermen en houtwallen. Dit zijn belangrijke landschapselementen waar vroeger regelmatig soorten als Grasklokje te vinden waren, maar die door onder meer vermesting en verdroging steeds soortenarmer worden. Al snel werd duidelijk dat de nieuwe wet voor het Grasklokje weinig soelaas kan bieden. En dat is tekenend voor de situatie in Nederland: heel veel regels, heel veel overleg en toch lukt het niet om de achteruitgang van de natuur te stoppen, ondanks de inspanning van veel goedwillende mensen. Die achteruitgang is het gevolg van te veel v’s: vermesting, verdroging, versnippering. De uitstoot van stikstof door verkeer, industrie en landbouw is sinds eind vorige eeuw weliswaar gedaald, maar er valt gemiddeld nog altijd 35 kg stikstof per hectare vanuit de atmosfeer over ons land neer en deze gratis kunstmest is verantwoordelijk voor het verdwijnen of kwijnen van veel soorten. In grotere natuurgebieden wordt meer water vastgehouden, maar daar buiten blijft verdroging onverminderd een probleem. Ten slotte de versnippering, die lijkt onoplosbaar in een dicht bevolkt land als Nederland en ondanks ecologische hoofdstructuren moet een vlinder of hagedis heel wat hindernissen overwinnen om een nieuw leefgebied te vinden.                                                                                                         Bij ons in Drenthe is de stikstofbelasting duidelijk lager dan in de rest van Nederland. Daarom komt een stikstofhater als de Cantharel hier meer voor dan op de zandgronden in het zuiden of het midden van het land. Maar de aantallen zijn nog maar een schim van wat ze vroeger waren. Tot begin jaren zeventig waren er in Diever twee hotels waar plaatselijke bewoners zakken met geplukte Cantharellen konden inleveren voor verkoop naar het westen van Nederland. Nu is het Drents Friese Wold zo vergrast en de strooisellaag zo dik geworden dat deze smakelijke paddenstoel alleen nog te vinden is in schrale, mosrijke bermen van bospaden en wegbermen. Die vergrassing gaat in dit gebied alleen nog maar toenemen, omdat in de optiek van de terreinbeheerders een deels savanne-achtig lanschap moet ontstaan. Om de biodiversiteit niet sterk te laten afnemen, zullen er grote kudden koeien en andere grazers ingezet moeten worden. Typische bosvogels als Zwarte specht en Wespendief gaan het moeilijker krijgen. Afgelopen jaar is er volgens roofvogelspecialist Rob Bijlsma van het dozijn broedgevallen van de Wespendief slechts één nest uitgekomen. De rest is verlaten of viel ten prooi aan de Havik of andere predatoren. Hij wijt dit geringe broedsucces aan de toenemende fragmentatie van het Drents Friese Wold. Ook dit jaar is er weer veel gekapt, ondanks bezwaarschriften van de Woudreus. Zwarte specht en Wespendief staan niet op de Rode Lijst maar ze zijn schaars genoeg om voorzichtig met hun leefgebied om te gaan. [1]Staatsbosbeheer heeft daar het volgende op bedacht: zij presenteren hun voor deze soorten schadelijke beheer als een win-win situatie met het argument dat door veel te kappen ook veel nieuw fourageergebied ontstaat, zodat er per saldo niets hoeft te veranderen. Maar of het verlies aan broedgebied daar tegen op weegt, valt natuurlijk nog Grasklokje Koos Roggeveldmaar te bezien.

Veel natuurbeheerders streven naar uitbreiding van de heide en laten daar het bos voor wijken. Omdat heide een zeldzamer biotoop is dan bos valt er iets voor te zeggen. Alleen is de hei die er voor terugkomt vaak van slechte kwaliteit doordat de vroegere bosbodem nog veel voedingsstoffen bevat. Vanaf de middeleeuwen waren heideterreinen juist het resultaat van roofbouw. Er werden namelijk zoveel voedingstoffen aan een gebied onttrokken dat het enige dat er nog wilde groeien heide was. Geen wonder dat met de al eerder genoemde stikstofvermesting vanuit de lucht heideterreinen moeite hebben om niet geheel dicht te groeien met berken of Grove den of niet geheel te vergrassen met Pijpenstrootje. Door de stikstof verandert er ook iets aan de bodemchemie waardoor de typische heide bewoners onder de planten en paddenstoelen zich niet laten zien en de hoeveelheid insecten laag blijft. Ondanks de miljoenen die zijn gespendeert om het Korhoen voor Nederland te behouden, bleven de aantallen op de Holterberg af nemen doordat de jongen verhongerden door gebrek aan geschikte insekten. Je zou zeggen dat als het al niet lukt om met veel geld de kwaliteit van een bestaand heidegebied in stand te houden, waarom zal je dan nieuwe heideterreinen creëren als je weet dat de omgevingsfactoren niet verbeterd zijn? Een echt antwoord op deze vraag hebben we nooit gekregen.

Het is moeilijk om zonder ergernis over het natuurbeheer in Nederland te schrijven of te praten. Daarom houden we er over op, nu tegen het eind van het jaar de nevel zich steeds vaker over de landerijen vlijt. Contouren vervagen, net als tijdelijk onze standpunten. Het is wachten op een nieuw jaar. Wij wensen een ieder veel zon, momenten van vrolijkheid en geluk toe en af en toe een paar Grasklokjes!

De Woudreus, 18 december 2015

[1] De Zwarte Specht en Wespendief zijn kwalificerende soorten van het Drents Friese Wold en de Zwarte Specht van het Dwingelderveld.Ze staan vermeld op het StandaardDataFormulier en op het Aanwijzingsbesluit.  Dat betekent behoudplicht van het leefgebied van deze vogels en deze verplichting staat boven de nationale wet. Omdat Nederland de Vogelrichtlijn echter nooit heeft geimplementeerd, kan deze verplichting tot behoud kennelijk ongestraft genegeerd worden.