Natuurbeheer schadelijk voor algemene en kwalificerende vogelsoorten

Britse biologen schrijven in Ecology letters dat de vogelstand in Europa sterk is gedaald. Zij baseren zich op onderzoek in 25 landen. Vergeleken met dertig jaar geleden zijn er 421 miljoen vogels minder. Negentig procent komt op rekening van de 36 vogelsoorten van alledag. De onderzoekers wijzen erop dat de manier waarop we de natuur beheren duidelijk niet goed is voor een aantal veelvoorkomende soorten als mussen, spreeuwen en leeuweriken. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat de maatregelen om natuur te beschermen gericht zijn op zeldzame soorten, met veronachtzaming van de “gewone” soorten. Nederland heeft alle vogelsoorten in artikel 4 lid 1 sub b Flora- en Faunawet als beschermd aangewezen. Het spreekt dan ook vanzelf, dat de soorten voldoende habitat hebben om te overleven, zich voort te planten en/ of te overwinteren.Daartoe verplicht de vogelrichtlijn, die zelfs spreekt van herstel van habitat van alle soorten.

Een ander zorgelijk punt is dat in Nederland bijvoorbeeld te veel wordt gefocust op ontbossing met het doel ontwikkeling van hoogveen, natte heide en stuifzand. Dat zijn vegetatiesoorten die zowel de gewone vogelsoorten als de aan bos gebonden soorten niets te bieden hebben . Sovons onderzoek bevestigt de achteruitgang van vogelsoorten die aan bos zijn gebonden, zelfs kwalificerende Natura 2000 soorten als de Zwarte Specht. Hiermee verzaakt Nederland zijn Natura 2000 verplichtingen.

De oorzaken van achteruitgang van de vogelstand worden te weinig genoemd en De Woudreus pleit ook voor stopzetting van sloop van andere cultuurlandschappen ten behoeve van wensnatuur.