schaamteloos en schandelijk

KAP EIKEN LHEE- KRALOO ILLEGAAL

Met de inzet van alle beschikbare mankracht en materieel werden maandag 6 mei jl. de bomen langs de weg Lhee-Kraloo omgehaald. Aanleiding tot deze bliksemactie was de uitspraak van de rechter op 3 mei, dat de kap was toegestaan. Tegenstanders van de kap waren echter nog niet op de hoogte gesteld en hadden wettelijk gezien nog 6 weken de tijd om tegen de uitspraak in beroep te gaan. Bovendien is het in het broedseizoen ten strengste verboden om bomen te kappen en handelt men in strijd met de voorschriften van verleende ontheffing. Er is dan ook met verbijstering gereageerd op deze “tactische overval”. Stichting De Woudreus heeft aangifte gedaan van dit misdrijf.

Het is niet de eerste keer dat DLG , die deel uitmaakt van bestuurscommissie Dwingelderveld handelt in strijd met de wettelijke voorschriften. In juli 2012 nog vernietigde de Raad van State het gehele bestemmingsplan “Inrichtingsplan Dwingelderveld”, omdat er vooraf geen onderzoek had plaats gevonden naar de milieugevolgen. ( MER en Passende beoordeling )
Toch werd er in volle vaart doorgegaan met de omvorming van het Dwingelerveld, hetgeen in feite volstrekt illegaal was. Met de drogreden dat de passende beoordeling alleen over de Zwarte Specht zou gaan. De gemeente handhaafde niet. Immers, zij maakte deel uit van de bestuurcommissie.

Met het oordeel van de Raad van State staat de onrechtmatigheid van alle reeds uitgevoerde en voorgenomen werkzaamheden immers in rechte vast en wordt het vernietigde bestemmingsplan geacht nooit te hebben bestaan. Alle onderdelen van het “Inrichtingsplan” zijn strijdig met het bestaande bestemmingsplan en het opzettelijk uitvoeren van die onderdelen is een misdrijf.

Ontheffing Flora- en Faunawet.
Een onderdeel van de vernietigde werkzaamheden- dus werken zonder wettelijke grondslag- betrof de herinrichting van de weg Lhee Kralo en de kap eiken van de weg Lhee Kralo. Omdat de werkzaamheden voor de inrichting van het Dwingelderveld schade aan vleermuizen opleveren, eiste de Raad van State een ontheffing van de verboden van Flora en Faunawet .Deze werd verleend door de Dienst Regelingen.
Hiertegen ging Stichting de Woudreus in beroep .
Omdat de eiken voortijdig dreigden te worden gekapt diende de Stichting De Woudreus in januari met succes een voorlopige voorziening in .

De rechtbank Assen oordeelde op vrijdag 3 mei jl. dat de bezwaren ongegrond waren.

Nog voordat de uitspraak de Stichting had bereikt lagen vrijwel alle bomen om. Normaal is het dat men 6 weken wacht opdat men recht doet aan de rechten van de verliezer om in beroep te kunnen: nu is met het kappen van de bomen het procesbelang weg.

Verder handelt men in strijd met de voorschriften van de verleende ontheffing. Als de overheden niet van plan waren zich te houden aan de regels van de ontheffing, waarom dan wel al die tijd procederen? Of men zonder ontheffing, of tegen de voorschriften van een ontheffing in deze maatregelen uitvoert maakt geen verschil.

De belangrijkste voorschriften voor het kappen van de bomen zijn voorschrift 7 en 10.
In het ecologisch werkprotocol (uitgave van 22 juli 2010, revisie 04, definitief), dat toegevoegd is aan de stukken van de procedure over de ontheffing, staat met betrekking tot de Weg Lhee-Kralo (p. 13 en 14):

“kapwerkzaamheden uitvoeren in de periode 1 september tot en met 15 maart (buiten het broedseizoen)” en

“Bomen langs de weg die van belang zijn als vaste rust en verblijfplaats voor vleermuizen, dan wel van belang zijn om het foerageergebied of migratieroute van de vleermuizen in stand te houden, mogen niet worden gekapt.

En, er moest een onderlinge afstand tussen de resterende bomen zijn van 30 meter , niet repeterend.

Door onder andere te kappen midden in het broedseizoen, en vrijwel alle bomen om te kappen houdt de ontheffinghouder zich niet aan de voorschriften van de ontheffing en zich daarmee niet aan de wet en regels die Nederlandse natuur moeten beschermen. Extra kwalijk is dat de uitvoerder hier een collectief van overheden betreft.

Met deze handelingen tonen zij weinig tot geen respect te hebben voor de bescherming van natuur in Nederland.

Handelen in strijd met de voorschriften van de verleende ontheffing is een economisch delict. Stichting De Woudre heeft aangifte gedaan. Tevens zal de Stichting het MInisterie om intrekking van de ontheffing verzoeken. Aangezien het ministerie partner is ‘in crime’, is dit verzoek niet gehonoreerd.